Intellagama lesueurii, de Australische wateragame

Gepubliceerd in jaargang 75, nummer 4/5 van Lacerta
Slaets, Kris
lacerta75-4-136

Intellagama lesueurii, de Australische wateragame

Intro

De Australische wateragame staat bekend als een reptiel dat voor weinig problemen zorgt in onze terraria. De dieren kunnen veel verdragen en zijn gemakkelijke eters. Bert Langerwerf, die in zijn “reptile-farm” in Alabama (VS) meer dan 120 verschillende soorten reptielen gekweekt heeft, noemde deze soort de gemakkelijkste waar hij mee gewerkt heeft. Ze zijn zeer weerstandig aan parasieten en verdragen ook koude temperaturen. In hun thuisland komen ze over heel de Oostkust voor. Het criterium om te overleven is dat er minstens 6 maanden gemiddelde dagmaxima van boven 24°C opgetekend worden. In Sidney, waar ze ook gezien worden, is de temperatuur in de winter ongeveer vergelijkbaar met onze maanden april, mei en september, wat dus zeker niet tropisch is!

Er zijn twee ondersoorten: lesueurii en howettii. Het duidelijkste verschil tussen beide is de zwarte streep die bij lesueurii aan het oog vertrekt en bij howettii lager ligt en bleker is. De twee soorten zijn wat levenswijze betreft volledig gelijk. Het verspreidingsgebied van howetti ligt zuidelijker ten opzichte van dat van lesueurii. Intellagama lesueurii  howettii verdraagt dus beter de koude dan lesueurii en zou voor ons klimaat meer geschikt zijn. Ik ben howettii echter nog nooit in de handel tegengekomen en heb zelf de nominaatvorm: Intellagama lesueurii lesueurii.

Intellagama lesueurii
Intellagama lesueurii
English summary

Intellagama lesueurii, the Australian water dragon

This animal originates from the east-coast of Australia. The author keeps his animals in a greenhouse. During the winter additional heating is provided, to keep the temperatures above 10°C. During the summer at first hot air was pumped away when the temperatures rose above 30°C. After a makeover of the greenhouse this was changed, using a more natural airflow, with an inlet with diameter of 20 cm close to the ground and four outlets of the same size high in the greenhouse.

The animals are fed large insects like crickets, locusts, cockroaches and so on, and also mice. For breeding these animals a cold period is necessary, they can deposit two clutches of some ten eggs each in the spring, preferably in a warm spot. Hatching occurred after 68-120 days, depending on the incubation-temperature. The use of a greenhouse to keep these animals is recommended by the author