Skip to content

NVHT

Grote wondergekko

3014741471_8d37748209

Teratoscincus scincus

Herkomst: Arabisch schiereiland, Oman, Afganistan, Pakistan.
Afmetingen: KRL – TL 18 t/m 20 cm
Klimaatgegevens: De dieren komen voor in droog klimaat, met een duidelijke seizoenswisseling (koude winters, hete zomers).
Biotoop: Woestijngebieden en halfwoestijnen.
Geslachtsonderscheid: Mannetjes hebben ?vuilwitte? enigszins opstaande schubben aan de onderzijde in het gebied rond de cloaca. Dit is vooral in de paartijd goed te zien. Vrouwtjes zijn wat ?ronder? gebouwd dan de mannetjes.
Voortplanting: De dieren hebben een winterrust van circa 6 weken nodig bij 15°C. Voortplanting in het voorjaar. Het vrouwtje legt twee hardschalige eieren per keer (3 ? 4 legsels per seizoen). Incubatietijd 80- 90 dagen bij en temperatuur van 27 t/m 30°C.
Bijzonderheden: Goede gravers: hou hiermee rekening bij het inrichten van het terrarium.

Terrarium

Minimale afmetingen: Oppervlakte: 0,24m2 (60×40 cm) – Hoogte: 40 cm
Soort terrarium: Glas of hout. Goede ventilatie.
Verlichting: TL buisje volstaat. De dieren zijn schemerings- en nachtactief. Deze soort is ook overdag bijna altijd te zien.
Verwarming: Een warme plek in het terrarium, bv door middel van een warmte steen. Niet de hele bodem verwarmen. Temperatuur overdag 25 t/m 30?C. De temperatuur mag ?s nacht terugzakken tot circa 18 graden.
Bodem: Zand, bij voorkeur kalkhoudend. De dieren likken zand op. Schoon zand van het strand is aan te bevelen.
Wandbekleding: Naar eigen voorkeur: de dieren klimmen er niet tegenop.
Inrichting: Zand met stenen en stronken. Een schuilplaats voor ieder individueel dier. Eenvoudig houden.
Planten: Plastic plantje ter decoratie of woestijnplantje (naar eigen voorkeur, de dieren hebben het niet nodig).
Aantal dieren: Bij voorkeur paarsgewijs. Nooit meerdere mannetjes.
Luchtvochtigheid: De ventilatie dient zodanig te zijn, dat de plek binnen enkele uren opdroogt. Er mag geen langdurig vochtig klimaat in het terrarium ontstaan. In de natuur graven de dieren holen tot de vochtige ondergrond.

Water: Altijd fris drinkwater in een klein bakje. Enkele malen per week een vochtige plek maken op het zand waar de dieren op kunnen gaan liggen.
Voedsel: Allerlei insecten: krekels, sprinkhanen, moriowormen etc. In de natuur eten de dieren vaak kevers.
Voedingssupplementen: Grote kalkbehoefte bij de vrouwtjes. Te geven via bestuiven voedseldieren, mengen door het zand of strandzand te gebruiken en stukjes sepia in het terrarium leggen.


Nota bene:
Raadpleeg bij gezondheids- problemen altijd een dierenarts!

Scroll To Top